de graef

Mensen met hoogtevrees kunnen het zich amper voorstellen, maar klimmen zit in de lift. Initiatiecursussen zijn volzet, het aantal clubleden stijgt fors. Sinds enkele jaren wint - naast het zogenaamde lengteklimmen - vooral boulderen aan populariteit. “Het is de ultieme work-out voor je hele lichaam”, zegt Ward Cox van klimcentrum Alpamayo in Beringen.

In 1966 werd de Alpamayo in de Peruaanse bergketen Cordillera Blanca door het Duitse magazine Alpinismus uitgeroepen tot de mooiste berg ter wereld. “Het mooiste klimcentrum met dezelfde naam vind je op be-MINE”, lezen we op de website van de stad Beringen. Een superlatief als mooiste is altijd subjectief, maar het moet gezegd: de kliminfrastructuur in de voormalige elektriciteitscentrale van de mijn is behoorlijk indrukwekkend. In de grote klimzaal zijn er wanden van 13 en 18 meter, waarop ongeveer 8.500 grepen werden bevestigd en 170 routes kunnen gevolgd worden. Nog meer facts and figures: bijna drie kilometer touwen, 47 ton staal en 1.300 vierkante meter klimoppervlak.

Naast die immense ruimte werd vijf jaar geleden een boulderzaal geopend. Boulderen is een klimdiscipline waarbij je op een muur van 4,5 meter hoog een parcours aflegt zonder beveiligend touw. Gevaarlijk? “Nee, want er liggen dikke valmatten”, zegt Ward Cox, die samen met zijn collega Roxane Fonteyne verantwoordelijk is voor de dagelijkse werking. Aan de KU Leuven volgde hij de masteropleiding Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen en verdiepte hij zich in sportklimmen.

“Ik ben nogal avontuurlijk”, zegt de 28-jarige Lummenaar. “Samen met mijn broers en zus deed ik graag uitdagende uitstappen. Deze job is me op het lijf geschreven. Ik heb na mijn studies lesgegeven in enkele scholen en ook wat events rond teambuilding begeleid, maar dit past beter bij mijn mogelijkheden. Ik kwam hier geregeld klimmen en zag op zeker ogenblik dat er een vacature was. Ik hoefde niet lang na te denken.”

Leopold III

Intussen is oprichter en mede-eigenaar Jan Larosse erbij komen zitten. Hij opende in 1991 klimmuur Olympia in Kuringen, in 2016 klimcentrum Alpamayo en in 2021 boulderzaal Gustaaf Klimt - een leuke knipoog naar de bijna gelijknamige Oostenrijkse schilder - in Turnhout. Hij wijst erop dat klimmuren een vrij recent fenomeen zijn en dat daar veel Belgische expertise achter zit.

“De eerste Belgische klimmuur werd in 1937 gebouwd in opdracht van koning Leopold III in het kasteel van Stuyvenberg. Zijn vader Albert I - een verwoed bergbeklimmer - speelde al vroeger met dat idee. Of Leopold er intensief gebruik van maakte, weten we niet. Dat behoorde tot het privéleven van de koninklijke familie. We weten wel dat zijn dochter Josephine-Charlotte ook aan bergbeklimmen deed en tijdens de bouw van de muur zeer geïnteresseerd was. Royals vonden dat een geschikte hobby. Het versterkte hun zelfvertrouwen om hun taak beter te vervullen.”

Nationalisme

Larosse benadrukt dat klimmuren ontstonden omdat alpinisten trainingsmogelijkheden dicht bij huis zochten. “Alpinisme is een gevolg van het nationalisme van de negentiende eeuw. Jonge natiestaten zochten een manier om zich te onderscheiden. Daardoor ontstond een wedloop om als eerste een aantal bergtoppen te bereiken. De Matterhorn en de Eiger, bijvoorbeeld. De Mont Blanc werd al op het einde van de achttiende eeuw bedwongen door twee Fransen. Mogelijk was dat de trigger om ook andere bekende bergtoppen te beklimmen.”

Terug naar het boulderen, dat in weinig tijd haast even populair werd als het lengteklimmen (hogere muren, met een touw) en speedklimmen (zo snel mogelijk een vastgelegde route beklimmen tegen de tijd, in België nog niet doorgebroken). Tijdens de Spelen van Tokio stonden de drie disciplines voor het eerst op het olympische programma. Volgend jaar staan ze ook op het menu in Parijs.

“Bij lengteklimmen gaat het vooral om uithouding”, verduidelijkt Cox. “Boulderen is kort en krachtig. Ik vind het - net als lengteklimmen, trouwens - een uitermate boeiende activiteit. Om te beginnen is er de variatie. De routes zijn altijd anders. Daarnaast heb je het atletische aspect. Je corestability (de combinatie van spierbalans en spierkracht in je romp, nvdr.) moet perfect zijn, zeker op overhangende muren. Het volstaat niet om sterke armspieren te hebben. Het is niet omdat je dagelijks naar de fitness gaat, dat je ook kan boulderen. Sommige routes vereisen veel techniek en balans, soms heb je alleen de tippen van je tenen om een greep verder te geraken. Je hebt werkelijk je hele lichaam nodig. En een derde factor: boulderen is heel laagdrempelig. Het is een all weather-activiteit, die je zelfs met een lange broek kan beoefenen.”

Walhalla

Het boulderwalhalla van Europa bevindt zich in de Franse stad Fontainebleau, zo’n 65 kilometer ten zuidoosten van Parijs. In een bosrijk natuurgebied liggen duizenden, eeuwenoude rotsblokken met uitgesproken vormen. De routes op de rotsblokken zijn gemarkeerd met cijfers en kleuren, een pijltje geeft de klimrichting aan. “Een festijn om daar te boulderen”, weet Cox.

Blijft de vraag wat de mens aantrekt in klimmen. Wat is de fun van boulderen, lengte- en speedklimmen? En waarom trotseren alpinisten de risico’s om toppen van vijfduizend meter en meer op te zoeken? Twee mogelijke antwoorden. De prehistorische mens moest voor de jacht en begrazing veel natuurlijke hindernissen overwinnen. Klimmen was ook een beschermingsmechanisme. Als hij moest vluchten voor wilde dieren, bijvoorbeeld. Larosse bekijkt het iets prozaïscher.

“Toen aan een ervaren alpinist werd gevraagd waarom hij een bekende bergtop wilde beklimmen, antwoordde hij kort: ‘Omdat die er ligt’. Het zit simpelweg in ons. Wie is er in zijn jeugd niet in een boom geklommen? Nu gebeurt dat niet meer. Veel kinderen zijn vooral met hun smartphone bezig, maar ik merk dat ze klimmen nog altijd heel boeiend vinden. Wij hebben ook een zaal voor clip ’n climb, een gamma van klimactiviteiten met een hoge funfactor. Kinderen kunnen daaraan deelnemen vanaf vier jaar. Ouders mogen niet mee in de activiteitenruimte, maar kunnen hen wel in de gaten houden vanop een ruim balkon.”