de graef

Duizenden opvangplaatsen dreigen op korte tijd te verdwijnen, nu minister Hilde Crevits (cd&v) geen extra geld kan vrijmaken. Deze initiatieven moesten al (noodgedwongen) stoppen of zullen plaatsen moeten afbouwen: “Toen ik sloot maakte ik me veel zorgen om al die kinderen. Waar moeten ze naartoe?”

In november vorig jaar trok Tania Velkeniers (53) aan de alarmbel: als ze niet snel extra personeel vond voor haar kinderopvang ’t Parkske in Hasselt, dan zou ze de deuren moeten sluiten. Het was een emotionele oproep, na een maandenlange radeloze zoektocht. Maar het heeft niet geholpen. Het extra personeel werd niet gevonden, en in december heeft ze na 14 jaar de deuren moeten sluiten.

“Het waren heel moeilijke feestdagen. Je hebt het gevoel dat je je levenswerk verliest. Je lijdt een pijnlijke nederlaag. Tegelijk maak je je zorgen om al die kinderen. Waar moeten ze naartoe? Het was een hele opluchting dat er voor alle kinderen een andere plek werd gevonden.”

Tania heeft zichzelf ondertussen heruitgevonden. Ze is onthaalmoeder geworden. Waar ze vroeger meer dan dertig kinderen opving in haar crèche, zorgt ze nu bij haar thuis voor maximaal acht kinderen. “Er is veel van mijn schouders gevallen. Veel stress, veel administratie, veel verantwoordelijkheden. Ik kan me nu ten volle op de kinderen concentreren. Dat is de essentie: ik ben blij dat nog altijd met kinderen kan werken.”

En of het als onthaalmoeder wel financieel haalbaar is? “Dat zal de toekomst leren.”

In december sloot Jolien Peelaers (34) de deuren van ’t Freubelke, haar crèche voor achttien kinderen in Izegem. Zes jaar eerder had ze de crèche overgenomen van de oprichtster. “Ik had daar stage gedaan. Zij zag in mij de ideale opvolgster. En voor mij was het meteen duidelijk: ik had de job gevonden waarvoor ik was gemaakt. De liefde van de kinderen. Het respect van de ouders. Het was waar ik voor leefde. Ik wilde de best mogelijke kinderopvang zijn, en ik deed er alles voor.”

Maar alles bleek niet genoeg om ook rendabel te kunnen zijn. Ze draaide werkweken van soms wel 50 uur. En toch was er aan het einde van de maand amper iets over. “Aan de ene kant was er het personeelsgebrek. Het was extreem moeilijk om mensen te vinden, en te houden. Aan de andere kant de personeelskost. Die was gewoon te hoog. Ik vroeg 24 euro per dag aan de ouders, een normale prijs in Izegem. Volgens de boekhouder moest dat eigenlijk 10 euro meer zijn, wilde ik kunnen overleven. Maar dat kon ik toch niet maken.”

Midden vorig jaar trok de boekhouder echt aan de alarmbel. Het begin van een periode vol twijfel en stress. Jolien vocht, in de hoop te kunnen overleven. Maar het was een gevecht dat niet te winnen viel. Waarmee ze haar eigen gezondheid ondergraafde. Tot haar partner haar een halt toeriep, omdat hij zag dat het zo echt niet verder kon.

In december sloot Jolien de deuren van ’t Freubelke. “Een beslissing van het hoofd, niet van het hart.” De ouders had ze vooraf verwittigd. “Met een mail, want ik was gewoon niet in staat het hen rechtstreeks te vertellen. Ze reageerden heel begripvol. Maar ik had het gevoel dat ik die mensen in de kou zette. Ik heb nog meegeholpen om voor iedereen een oplossing te vinden.”

We zijn nu enkele maanden verder. Jolien werkt nu samen met haar man, én als personeelslid in een andere crèche. De pijn is er nog, maar het leven is wel weer draaglijk geworden. “Ik probeer nu te genieten van mijn eigen gezin, iets waar ik te lang te weinig tijd voor heb gehad.”

“We tellen de dagen af, tot 30 juni. Dat wordt een cruciale dag. Dan zal duidelijk worden hoeveel plaatsen we zullen moeten afbouwen en hoeveel behouden.”

Marijke Macharis is onderneemster “in de mooiste sector die er is”. 34 jaar geleden begon ze haar eigen kinderopvang, ’t Achtertuintje- El Niño in Erpe, die ze geleidelijk aan uitbouwde tot wat die nu is: een kinderopvang met 98 plaatsen. 41 met volle subsidie, 57 met beperkte.

Nu nog wel, maar niet lang meer. Want de beslissing is genomen. Vanaf 30 juni bouwt ze alle plaatsen met beperkte subsidie af. “Dat was een heel moeilijke beslissing. Voor mij, voor het personeel, voor de ouders. Maar we kunnen niet anders. De kloof tussen de twee systemen is gewoon te groot geworden, het is niet leefbaar meer. Om rendabel te zijn, zouden we voor die plekken wel 1.000 euro in de maand moeten vragen. Dat is toch niet te doen.” Kortom: het enige dat een afbouw nog kan voorkomen, is dat de overheid alle plaatsen extra subsidieert.

Marijke heeft de ouders op de hoogte gebracht. De gemeente is verwittigd. En ze benadrukt het: “We gaan mensen niet van de ene dag op de andere in de problemen brengen. We zullen afbouwen, niet zomaar schrappen.”

De problemen begonnen tijdens corona, legt ze uit. “We moesten sluiten, maar wel ons personeel doorbetalen. Er kwam compensatie van de overheid, maar die kon niet voorkomen dat we aan onze reserves moesten zitten. Na corona kwamen de prijsstijgingen van energie en voeding. En door de inflatie schoten de lonen de hoogte in. Er werd nog nooit zoveel geld in de kinderopvang gestoken als nu, maar toch is de situatie op het terrein nog nooit zo zorgelijk geweest. Dat kan bizar klinken, maar het is de realiteit.”