Een huis kopen in de Vlaamse provinciehoofdsteden is vorig jaar opnieuw fors duurder geworden. Hasselt blijft, ondanks een stijging, de goedkoopste. Maar omdat wonen in de ‘groene’ rand rond de steden populairder wordt, valt vooral de prijsstijging in Kuringen op.
Een huis kopen in een van de vijf Vlaamse provinciehoofdsteden (Antwerpen, Leuven, Gent, Brugge en Hasselt) werd vorig jaar gemiddeld 8,4 procent duurder, in Leuven en Gent zelfs meer dan 10 procent. De verkoopprijs van een appartement ging in die vijf steden gemiddeld met 6,2 procent omhoog. Dat blijkt uit berekeningen door de federatie van notarissen. De stijging van de vastgoedprijzen in de steden ligt daarmee een stuk boven de algemene prijsevolutie voor heel Vlaanderen. In 2021 bedroeg die plus 7,6 procent voor woonhuizen en plus 5,7 procent voor appartementen.
Tussen de vijf provinciehoofdsteden zijn er grote prijsverschillen. Een huis kopen was veruit het goedkoopste in Hasselt (gemiddeld 307.710 euro) en het duurste in Leuven (445.864 euro). Ook voor een appartement was Hasselt het goedkoopst (gemiddeld 240.107 euro). In Gent werd het meest betaald voor een appartement: gemiddeld 299.581 euro.
Drongen: + 32 procent
De studie van de notarisfederatie leert dat de grootste prijsstijgingen niet in de binnensteden te noteren vallen, maar in de buitenrand, in de (groenere) deelgemeenten die aan het (dure) stadscentrum grenzen. Neem Leuven: daar gingen de huizenprijzen in de binnenstad met gemiddeld 5,9 procent omhoog, maar in het aangrenzende Heverlee was dat met 16,2 procent en in Wilsele zelfs met 18,7 procent.
Notaris Helena Verwimp legt uit: “Veel gezinnen in het Leuvense zijn op zoek naar een comfortabele, instapklare woning met een tuintje. Heverlee en Kessel-Lo zijn daarbij traditioneel het meest geliefd omdat die het dichtst bij het centrum gelegen zijn. Maar het huizenaanbod is er zeer beperkt en de prijzen zijn hoog. Vandaar dat veel kandidaat-kopers uitwijken naar Wilsele en Wijgmaal, maar ook richting Herent, Bierbeek, Bertem, Holsbeek en Rotselaar.”
Een vergelijkbaar verhaal valt te horen in Gent, bij notaris Anne-Sophie Willems: “De stad Gent en haar deelgemeenten zijn door hun centrale ligging zeer gegeerd en dat heeft een effect op de vastgoedprijzen. Veel studenten willen er ook na hun studies blijven wonen. Maar betaalbare woningen zijn schaars en vaak zijn er flink wat kandidaten voor hetzelfde huis, wat de prijs omhoog duwt. Om het betaalbaar te houden of om meer in het groen te wonen, komen heel wat kopers terecht in de deelgemeenten.”
Wat zeggen de Gentse cijfers? In Oostakker namen de huizenprijzen met 14,4 procent toe, net iets meer dan in Gent-centrum (14 procent). In Drongen kwam er zelfs een derde bij (32,5 procent).
Die prijsopstoot in de deelgemeenten valt ook in Antwerpen en Hasselt waar te nemen. Zo gingen de prijzen in Berchem met 14,3 procent omhoog, tegen een stijging van ‘slechts’ 8,5 procent in Antwerpen-stad (postcode 2000); en in Kuringen stegen de prijzen met 15,9 procent, tegen 5,3 procent in Hasselt zelf.
Niet voor jongeren
De dure woningprijzen zijn slecht nieuws voor jonge kopers, die nog onvoldoende eigen vermogen hebben opgebouwd om een groot deel van de aankoopprijs van hun (eerste) woning zelf te financieren en die moeten opboksen tegen kapitaalkrachtigere veertigers en vijftigers die in vastgoed willen investeren, bijvoorbeeld op de verhuurmarkt.
Volgens de notarisfederatie was vorig jaar ongeveer een op de vier van de kopers (26,3 procent) in de Vlaamse provinciehoofdsteden jonger dan 30 jaar. In 2020 was het aandeel van de jonge kopers nog 27,9 procent. De terugval van de min-dertigers in de vastgoedaankopen is het sterkst in Leuven, met een marktaandeel van amper 20,9 procent. Bijna een op de drie van de huizenkopers in Leuven (30 procent) is ouder dan 50 jaar.