de graef

De abdij van Herkenrode neemt na vijftig jaar afscheid van de laatste kloosterzusters. De overblijvende zes kanunnikessen van het Heilig Graf zijn tussen 86 en 93 jaar en verhuizen de komende maanden naar een woonzorgcentrum in Hasselt.

Achteraan de abdijsite, dicht bij de Demer, staat het klooster waar de kanunnikessen sinds een halve eeuw samenleven. Maar dat hoofdstuk komt weldra ten einde. “De zusters mochten in hun vertrouwde omgeving blijven, maar organisatorisch werd het moeilijk voor hen”, zegt zuster Magda De Graeve, tijdelijke overste van het klooster. “Het klooster is een groot gebouw met trappen en vraagt bovendien veel onderhoud. Ondanks de goede zorgen van de zes personeelsleden en de talrijke vrijwilligers drong een definitieve oplossing zich op. We beseffen dat het nieuws hard aankomt voor hen.” De komende maanden verhuizen de zusters naar een woonzorgcentrum in Hasselt.

Redding

Het verhaal van de kanunnikessen van het Heilig Graf begint in 1972 in Herkenrode. “Sinds de Franse Revolutie is de abdij in handen van verschillende privé-eigenaars geweest en in de negentiende eeuw is ze in verval geraakt”, zegt Paul Lambrechts, directeur van de abdijsite voor erfgoedorganisatie Herita vzw. “In 1972 zijn de kanunnikessen van het Heilig Graf vanuit Bilzen gekomen en hebben ze de redding van de site ingezet.”

In de jaren zeventig verbleven 24 kanunnikessen op de abdijsite van Herkenrode. In het abdissenkwartier, een statig, wit gebouw met Engels landschapspark, richtten ze een bezinningscentrum in. Dat is er gebleven tot 2015.

Op de ruïnes van het oude abdissenkwartier bouwden de kanunnikessen in de jaren tachtig een nieuw klooster met een moderne kerk. “Op zondag werd de mis er bijgewoond door soms wel 120 mensen”, zegt Lambrechts. Door het nakende vertrek van de zusters vindt er op kerstdag de laatste viering plaats.

Afbreken

Het klooster van de zusters werd een jaar geleden al eigendom van Vlaanderen, dat de hele abdijsite laat behouden en ontwikkelen door Herita vzw. Dat delen van het gebouw van recente datum zijn, maakt ze niet minder waardevol, vindt Paul Lambrechts. “Sommige mensen vinden dat we ze beter zouden afbreken, maar dat gaan we zeker niet doen. De kerk is bijvoorbeeld gebouwd in 1986. Dat is niet dezelfde charme als oudere delen van de site, maar het gebouw getuigt wel van fantastisch brutalisme. In de toekomst kan het een kleine concertruimte worden.”

Maar concrete plannen voor de kerk en de rest van het klooster zijn er nog niet. “In het verleden is er altijd gewoond in het klooster, misschien moeten we voor de toekomst ook in die richting kijken”, zegt Lambrechts. “Niet door het op de markt te gooien voor vastgoedontwikkelaars. Maar misschien kan het wel een meerwaarde zijn als kort verblijf van gastprofessoren aan de universiteit of kunstenaars die hier verblijven? De wandelroute GR5 naar Nice komt hier ook voorbij. Wie weet kan het klooster een slaapplek worden voor wandelaars op doorreis? We moeten alleszins durven denken over functies die passen bij het DNA van de site.” Tegen eind 2023 zou er duidelijkheid moeten zijn.

Overigens behoorden de gebouwen rond het bekende binnenplein van de abdijsite, met onder meer de Tiendschuur, nooit tot het bezit van de kanunnikessen.

Kloosterkat

Hoewel het leven van de zusters zich vooral in en rond hun klooster afspeelde, zal de abdijsite hun aanwezigheid toch missen. “Veel zusters waren ooit onderwijzeressen met een scherpe geest en een grote verbondenheid met de buitenwereld”, zegt Lambrechts. “Die energie zijn we nu helaas kwijt.”

Ook voor de bezoekers van de site was de aanwezigheid van de zusters een constante. “Een van de zusters zat graag in het zonnetje voor de kerk met de kloosterkat Lucas op haar schoot. Waar de toekomst van Lucas ligt, weten we nog niet. Mogelijk blijft de kat hier bij ons op de site wonen.”